Bloeseminfectie

Tijdens warm, vochtig weer worden vaak slijmdruppeltjes door de aangetaste delen afgescheiden. Deze zijn dan zichtbaar als kleine oranje pareltjes. Vaak worden ook jonge vruchtjes aangetast, deze worden zwart, verschrompelen en blijven vaak aan de boom hangen.
Gekweekte variëteiten van peren en appels verschillen veel in hun vatbaarheid voor bloeseminfectie. Bij peer wordt dit sterk beïnvloed door de neiging van sommige rassen om een sterke tweede bloei (nabloei) te geven.
Tijdens deze tweede bloei is het weer vaak zo goed, dat de infectiedruk hoger is dan tijdens de normale bloei. De ziekte verspreidt zich vanuit de bloesem snel naar aangrenzende bladeren, waar zij binnendringt via de hoofdnerf en andere grote nerven. Van hier uit verspreidt zij steeds verder door de plant.
Bloeseminfectie in meidoornBloeseminfectie in meidoorn