Tak- en staminfecties

Vaak zal bacterievuur voortschrijden vanuit de bloesem, scheuten of vruchten, naar grotere twijgen en oudere takken. Hier worden dan kankers gevormd.
De infectie kan ook nog verder doorgaan naar de gesteltakken en de stam van de boom, dit wordt vaak zichtbaar aan de slijmproductie langs de schors. Kankers in waterloten of kleine takjes ontwikkelen zich voor de winter, deze fungeren als overwinteringplaats voor de bacterie.
Kankers in de schors ontwikkelen zich als het infectieproces ten einde loopt. Ze kunnen licht verzonken zijn, variërend in grootte en omringd door onregelmatige barstjes in de schors.
Actieve kankers, die dienen als overwinteringplaats, hebben een donker, waterig uiterlijk. De rand is onduidelijk verheven of gebladerd. Later wordt de kanker gemarkeerd door een duidelijke spleet of scheur. De oppervlakte van een kanker verzinkt en kan vaak ook herkend worden aan de purperachtige kleur.
Kankers die vroeg in het seizoen gevormd worden, voornamelijk kleine kankers, worden vaak omringd door een verharding. Ze omringen hele takken en laten zo het deel boven de gordel afsterven. Als men in het voorjaar de schors onder deze kankers aansnijdt, ziet men de karakteristieke roodbruin verkleuring van het spinthout, die veroorzaakt wordt door de actieve bacterie. Deze verkleuring is het hele jaar door te zien, op plaatsen waar de actieve bacterie zich ophoudt. Als de stam geïnfecteerd is ziet men dit vaak eerst aan de slijmvorming op de schors.
De ziekte kan zich bij een staminfectie binnen enkele weken verspreiden naar de hoofdtakken, en zo de hele boom laten afsterven. Het komt ook voor dat er een staminfectie is, maar dat er verder geen symptomen te vinden zijn.
Scheutinfectie in appelScheutinfectie in appel
Scheut- of takinfectie bij peerScheut- of takinfectie bij peer