Bacteriegevoelige gewassen (waardplanten)

Cotoneaster (dwergmispel)
Bacterievuur in Cotoneaster werd in 1930 voor het eerst als zodanig beschreven in Californië. Verschillende soorten Cotoneasters bleken vatbaar te zijn.

Crataegus (meidoorn)
Deze plant werd een belangrijke tweede waardplant in landen waar zij veel als erfafscheiding of in heggen geplant werden.
De meidoorn speelt een grote rol in het handhaven van bacterievuur en het verspreiden ervan. Bij diverse verschijningen van bacterievuur in Europa, hebben meidoornhagen gefungeerd als bron van besmetting. Zij hebben gezorgd voor de verspreiding van bacterievuur naar appel en perenboomgaarden.

Cydonia (kweepeer)
Kunstmatige inoculaties vertoonden een hoge vatbaarheid voor bacterievuur in de bloesem, maar minder vatbaarheid van de twijgen. De onderstam Cydonia komt in Nederland niet snel in bloei, omdat deze hoofdzakelijk als onderstam in de perenteelt gebruikt wordt.

Pyracantha (vuurdoorn)
Deze is als een van de eerste ernstig aangetaste planten in de 19de eeuw in de VS genoteerd. Zij hoort daar sindsdien bij de belangrijkste waardplanten. Alhoewel deze in Nederland tot de vatbare gewassen behoort, is het zeker niet de belangrijkste waardplant.

Mespilus (mispel)
De jonge topscheuten zijn gevoelig bij een hoge infectiedruk.

Sorbus (lijsterbes)
Dit gewas is vooral in Nederland en Engeland als belangrijke waardplant naar voren gekomen.

Lees meer
Crataegus (meidoorn)Crataegus (meidoorn)
Pyracantha (vuurdoorn)Pyracantha (vuurdoorn)